Ga naar de pagina-inhoud

Periode-onderwijs

 

In de Es worden de algemene vakken gebundeld in periodes. In plaats van elke schoolweek bv. een uur aardrijkskunde te onderwijzen, worden deze lesuren samengevoegd tot een geheel. Zo'n periode duurt drie schoolweken en elke ochtend wordt er twee uur aan dit vak gewerkt.

 

Deze aanpak houdt de aandacht en het denkvermogen ontspannen en wakker. Tussen twee periodes van eenzelfde vak bezinkt de leerstof, zodat het in stilte kan doorwerken en rijpen. Gedurende een schooljaar kunnen elf vakken elkaar als periode afwisselen. Geschikte vakken hiervoor zijn o.a. wiskunde, fysica, scheikunde, biologie, aardrijkskunde, geschiedenis en Nederlands.

 

Na het periode-onderwijs krijgen de leerlingen vakken waarvoor het nodig is dat zij op een regelmatige manier doorheen het jaar worden aangeboden, zoals bijvoorbeeld de vreemde talen.

 

Vanaf de negende klas worden ook de kunstzinnige en praktische vakken in periodes gegeven. Deze periodes worden, afhankelijk van het leerjaar, in de voor- of namiddag georganiseerd.